'Geluk hangt niet af van wat we hebben, maar van hoe we voelen over wat we hebben.' (W.D. Woward)
Net, heb ik "de gelukkige huisvrouw" gekeken. Wat een heftige film. In het begin al, kwamen bij mij de flasbacks naar boven, van mijn eigen bevalling. Een hel, ik dacht echt dat ik dood ging. Het begon om twaalf uur 's nachts. Ik had het gevoel dat ik heel erg nodig.. uh ja... naar de w.c. moest, zeg maar. Er kwam niks. Weer terug naar bed hield de pijn, na even te zijn verzwakt, stevig aan. Elke twee minuten schoot het door mijn lichaam. Dit moet het zijn. Het moment waar ik tweeënveertig weken lang naar heb toegeleefd. Ik riep Tony, en verbazingwekkend genoeg bleef hij rustig. Ik belde mijn moeder, zij kwam meteen deze kant op. Toen zij hier was vroeg ze of ik de verloskundige al had gebeld. "Nee, dat mag pas na een uur weeën", vertelde ik.
Een half uur later lag ik in het Onze Lieve Vrouwen ziekenhuis in Amsterdam. De verloskundige was er vijf minuten later. Zij raadde mij aan om onder de douche te gaan zitten. Toen zag ze mij zitten, onder de douche, met een toeter die behoorlijk groot was. "Ik wil je toch graag aanraden om pijnstilling te nemen. Aan je buik te zien is het een groot kind en je hebt hele hevige weeën, maar nog niet zoveel ontsluiting. Het kan dus nog wel even gaan duren". Ze was bang dat ik het niet vol zou houden. Ik nam haar advies aan en werd overgedragen aan de gynaecoloog. Een epidurale werd gezet door een dokter die eigenlijk geen zin had om speciaal voor mij weer uit haar bed te komen. Ik bleef de hele tijd heel rustig. Volle concentratie. Puffen... 1,2,3. De pijn bleef hevig. Ik gaf aan dat ik het idee had dat het epidurale niet werkte. Wat een pijn. Tony moest mijn hand blijven vast houden, mijn moeder moest op mijn rug drukken. Inmiddels waren ook mijn zus en vader in het ziekenhuis. Na vijf uur immense pijn, kwam de gynaecoloog erachter dat het epidurale wel werkte, maar niet op de juiste plek. Te laag, alleen mijn benen waren verlamd. (Voor de mensen die het nog niet wisten, weeën voel je in je rug). Ik kreeg een ander soort pijnstilling. Hiervan werd ik lacherig. Tony kon eindelijk even ademen en naar buiten om een sigaretje te roken. Wat een spanning. Na twee uur was deze pijnstilling uitgewerkt, maar was er qua ontsluiting weinig vooruitgang.
Ik werd voor een keuze gezet. Of nog een epidurale, wat eigenlijk ongebruikelijk is, of een keizersnede. Ik wilde het zooo graag zelf doen. Ik koos voor nog een epidurale. Nog vier uur later. Eindelijk had ik genoeg ontsluiting. De pijnstilling werd afgebouwd (Nu moet je niet denken dat je door die pijnstilling niks meer voelt). Eindelijk mocht ik beginnen met persen. De twaalf uren waarin mijn lichaam uit elkaar werd gerukt, zouden bijna tot een einde komen. In de wee moest ik persen. Ik was een supertalent. Een supertalent moet toch na twee uur wel een kind eruit kunnen persen? Maar nee. Ik niet. Ik dacht dat ik dood ging. Ik had er geen kracht meer voor.
Er was sprake van een disproportie. (De baby was te groot om door mijn bekkenbodem te persen.) Weer zo een kritieke keuze. Toch een keizersnede, of eerst proberen met vacuüm. "Wil u wel snel een keuze maken mevrouw, aan de hartslag te zien houd uw kindje het niet veel langer meer vol. Tien minuten en dan moet er echt wat gebeuren." Geen vacuüm. Liever ik opengesneden, dan een kind met hersenletsel. Een keizersnede, met spoed.
Na twee uur persen, met nog steeds heftige weeën, moest ik van het ene bed naar het andere bed. Kots op de grond. Een zus totaal in paniek. Een bezorgde vader en moeder. En Tony. SuperTony. Hij mocht mee de operatiekamer in. De dokter vertelde dat ze eerst het kind eruit zouden halen en aan mij zouden laten zien. Daarna zou het kind met de vader naar de kinderdokter gaan, voor controle. Ik kreeg weer een epidurale. Ik was bang. Er hing een blauw doek voor mijn hoofd. Tony hield nog mijn hand vast. Hij was ook bang. Dat kon ik zien in zijn ogen. Tony werd geroepen. De dokter vertelde mij dat de baby eruit was. Het was stil.
Na mij veertien uur zo goed de hebben geconcentreerd, raakte ik nu totaal in paniek. Ik was in shock. Ik trilde over mijn hele lichaam. Het hield niet op. Tony bleef weg. Wat is er aan de hand? Na een half uur, werd ik verplaatst op een ander bed. Er werden drie dekens over mij heen gelegd en een warmte kap werd boven mij gehangen. Ik werd naar een kamer gereden met allemaal slapende en bijkomende mensen. Zelf was ik klaarwakker. Wat was er aan de hand? Waarom kwam er niemand naar mij toe? Waar was Leah?
Na anderhalf uur mocht er eindelijk iemand bij mij. Leah leeft.
De eerste tien minuten had zij geen adem. Ze had vruchtwater ingeslikt. Ze was grijs geboren. Anderhalf uur heb ik op bed gelegen. Platgespoten onder de morfine. Gedacht dat mijn Leah, dood was. Dat zijn heftige worden en daarbij horen nog steeds een heftig gevoel en heftige dromen.
Leah is het allermooiste meisje op de hele wereld. Zij is mijn trots, mijn pracht, mijn praal. Ze is gezond, Ze leert snel en lachen is haar hobby.
Ik voel mij gelukkig, met Leah en met Tony.
Jeetje wat een verhaal! Super mooi geschreven meis!
BeantwoordenVerwijderen